Actualiteiten

Kalverdiarree en longproblemen in het najaar


De zomer komt aan zijn einde, en het najaar staat voor de deur! Dit betekent dalende temperaturen, grotere temperatuurschommelingen tussen dag en nacht en een hogere luchtvochtigheid. Een aantal risicovolle maanden staan te wachten wat betreft de jongvee opfok met een verhoogde kans op diarree en longproblemen.

Problemen ontstaan wanneer de weerstand van het kalf niet meer opgewassen is tegen het aantal ziektekiemen of de infectiedruk. Daarom is het dus van belang om zowel de weerstand van het kalf zo hoog mogelijk te hebben, als de infectiedruk zo laag mogelijk te houden!

Door uzelf nu vast voor te bereiden staan u en de kalveren niet in de kou de aankomende periode!
 

Infectiedruk

De infectiedruk heeft met de hoeveelheid aanwezige ziektekiemen en het stalklimaat te maken.

Om het aantal ziektekiemen in de lucht van de kalverstal te verlagen is het van belang om voldoende verse lucht in de stal te hebben. Het klimaat moet prettig fris zijn en het mag nergens naar ammoniak ruiken in de stal.

Het risico op infectie door ziektekiemen begint al tijdens en vlak na de geboorte. Kalveren die de eerste 24 uur bij de koe worden gelaten hebben 3,5 keer meer kans om luchtwegklachten op te lopen.
Voor kalveren die de eerste week in dezelfde ruimte als het melkvee worden gehuisvest is de kans op klachten zelfs 17 keer hoger!

Hygiënisch werken en juist huisvesten is de belangrijkste manier om de infectiedruk zo laag mogelijk te houden.
 

Stalklimaat

De comfortzone voor jonge kalveren is een omgevingstemperatuur tussen de 15 en 25 ⁰C. Bij een temperatuur onder de 10 ⁰C zal het kalf extra energie verbruiken om haar lichaamstemperatuur op peil te houden. Deze energie kan op dat moment niet gestoken worden in groei en ontwikkeling.

Om de kalveren een handje te helpen en te zorgen dat ze zo weinig mogelijk energie kwijt zijn aan temperatuurregeling kan je de jonge kalveren tot 6 weken een dekje opdoen als het kwik onder de 10⁰C komt. De oudere kalveren zullen al meer warmte van zichzelf produceren, en zijn gebaad bij een dik pak stro.

Voorkom te allen tijde tocht! 

 

Weerstand

De weerstand van het kalf in de eerste levensweken is afhankelijk van het biestmanagement. De eigen weerstand van het kalf (actieve weerstand) is pas vanaf 10 weken volledig actief. Tot die tijd is het kalf afhankelijk van de passieve weerstand die vanuit de biest verkregen is.

Hoe beter het biestmanagement, hoe kleiner de kans op weerstandsproblemen en dus ziektes.

Geef het kalf zo snel mogelijk na de geboorte 2-3 liter (4 liter bij gebruik van een sonde) biest van goede kwaliteit (>24 IgG). Herhaal dit de eerste 24 uur twee keer (gebruik een sonde alleen de bij eerste biestvoeding, ga daarna over op een speenemmer!). Zo krijgt het kalf de hoeveelheid afweerstoffen binnen om te zorgen voor een goede immuniteit in de eerste weken.

De biestkwaliteit is eenvoudig te meten met een colostrum meter, vraag hier gerust naar bij jongveespecialist Emmy Heilersig.

Voer de eerste 2-3 levensdagen biest, en schakel daarna over op melk(poeder). Bij het verstrekken van de melk is een constante concentratie (165 gram/liter) en temperatuur van 41 ⁰C bij het aanmaken erg belangrijk!

Bij problemen rondom rota-corona en/of pinkengriep zal vaccineren een geschikte oplossing zijn voor een zo goed mogelijke start voor de toekomstige melkveestapel!


Neem voor advies of vragen contact op met jongvee- en transitiespecialist Emmy Heilersig, T: 06-83678911.

28-09-2021